About Sakka

mislukt alcoholistisch schrijfster

COMMENTAAR

Niets is zo ergerlijk als het krijgen van ongevraagd en ongewenst commentaar, daarom geef ik het graag. Eigenlijk maakt het mij vrij weinig uit of ik wel iets of totaal geen verstand van het te becommentariëren onderwerp heb, want ik verander zo vaak van mening als Heleen van Royen naaktfoto’s van zichzelf twittert. Behalve natuurlijk als ik met mensen discussiëer die nog eigenwijzer zijn dan ik (echt, ze bestaan!), want die moet je natuurlijk nooit gelijk geven, dat is een tamelijk publiek geheim.

Dat niet iedereen de kunst van het zinvol commentaar geven beheerst, is heden ten dage pijnlijk vaak te zien maar vooral te horen op de televee nu de Olympische Spelen in Londen plaatsvinden. Slechter dan het EK voetbal kan het niet worden, maar toch hebben de hollandse praatjesmakers al vaak na een paar minuten gezien dat de nederlandse equipe niet vooruitkomt, weinig dynamisch is of gewoon ronduit zuigt. Met uitzondering van Marianne Vos, natuurlijk, maar daarover waren zelfs de grootste pessimisten het eens dat die niet anders kon dan goud winnen.

Geef mij dan maar liever vlaams commentaar. Onze brave zuiderburen klinken natuurlijk sowieso een stuk gemoedelijker, wat in andere takken van beroep iets minder handig kan zijn, zo heeft Jip een belgische juf, en als ze iemand op zijn kop wil geven klinkt dat zo schattig dat je d’r ter plekke zou willen knuffelen. Ook het sportcommentaar vanuit België klinkt een stuk positiever, ook al is de strekking van hun commentaar hetzelfde als het nors geconstateerde nederlandse : ” Hoe is het mogelijk dat ie die mist !!! Zo slecht heb ik het nog nooit gezien !!!” De belgen verzuchtten slechts : ” Amai, da was nie helemaal goe, hè, da kan vast beter “.

Daarnaast stoort het me vreselijk dat journalisten en presentatoren het telkens weer over de olumpische spelen hebben, als had Duitsland destijds de oorlog toch gewonnen en ons geännexeerd en spraken wij allen duits. Het moet niet gekker worden, dat wij in Duitsland onze sportieve angstgegner zien, maar wel de mond er van vol hebben, zeker als je bedenkt dat het om te beginnen al nooit een duits woord is geweest.

Mijn nieuwe reintegratiecoach (niet dat ik ooit een oude heb gehad, maar dat terzijde) heeft mij denk ik ook positief beïnvloed. Ook al doet zij aan holistisch beeldhouwen, waar ik dan weer wat minder mee heb, ze heeft gelijk aan dat je geluk kunt afdwingen. Zo loop ik nog steeds in bikini op straat door de regen, want mooi weer kun je ook afdwingen, al heb ik dat laatste zelf bedacht. Maar dat positief commentaar wel degelijk zin heeft, bewijst mijn Roger Federer natuurlijk, die heb ik tenslotte helemaal naar de nummer één positie van de wereld geschreeuwd, en als ik heel hard “PANG!” riep als de tegenstander moest serveren, zag je meteen dat de service in het net ging. Ik bedoel maar.

Dus laten we nou afspreken met z’n allen om als één man/vrouw (doorhalen wat niet van toepassing is) achter onze deelnemende landgenoten te gaan staan, en ze naar de finish te juichen. En als Mart nou eens met een nederlands fonetisch woordenboek voor z’n steeds dikkere kop gemept kan worden, voorzie ik nederlands succes op de Spelen en in de studio. En mocht het ondanks al het positivisme toch niks worden met den Ollanders, dan ben ik niet bereikbaar voor commentaar.

 

Reuma

De mensen die mij in meerdere of mindere mate al dan niet tegen wil en dank kennen, weten dat ik ziektes spaar. En dan niet een lullig griepje of verwaarloosbaar keelontstekinkje, maar echte hardcore aandoeningen die niet te verhelpen zijn met een paracetamol en/of bedrust.

Deze opmerkelijke hobby is kennelijk aangeboren, want terwijl mijn mede-tehuisgenoten in hun bedjes lagen te dromen van roem en rijkdom om zichzelf in de toekomst te kunnen onderscheiden van het gepeupel, lag ik te broeden op TBC en kweekte ik eigenhandig wat schurft en impetigo op mijn hoofd.

Omdat dat natuurlijk geen smakelijk gezicht was, zo’n schurfterige, kale dreumes onder de korsten zittend, terwijl de Korean Social Service net hun imago wat aan het opvijzelen was om zo de interlandelijke adoptie te promoten, prakten ze mij nog even snel in het vliegtuig op weg naar Holland, waarvan men niets wist, behalve dat het ver weg lag en er een jong gezin op hun zo gewenste spleetoogje stond te wachten in de VIP ruimte van Schiphol, niet wetende dat hun kindje in een verpakking was verscheept waarvan de gebruiksaanwijzing en de garantie duidelijk ontbraken.

Toen mijn nieuwe ouders het polsbandje om mijn arm opmerkten met hun naam erop hebben ze nog geprobeerd om polsbandjes te verwisselen met een wat appetijtelijker kind, maar dat mislukte, en ook onderling ruilen -zelfs niet met een genereus financieel aanbod in het vooruitzicht- werd na één blik op mij afgeslagen.

Na een jaar ziekenhuis- en doktersbezoek werd ik genezen verklaard, dus toen moest ik weer wat nieuws verzinnen. Na alle kinderziektes die er maar zijn te hebben afgewerkt (de bof zelfs twee keer!) bleek gelukkig dat de TBC mijn longen aangetast had, dus heb ik jarenlang geëmmerd met allergiën, astma en bijholteontstekingen tot ze operatief al mijn amandelen hebben verwijderd en later mijn bijholten poliepvrij hebben gemaakt.

“Gaan we zo beginnen ?”, dacht ik toen, en turnde mezelf naar chronische rugklachten en klapte regelmatig door een enkel, maar ik had al snel in de gaten dat die blessures en armen uit de kom nou niet echt indruk maakten, wilde ik ‘s werelds levende medische encyclopedie worden, dus heb ik een paar jaar gewacht, en besloot na een wat afgezaagde Pfeiffer, burn out en salonfähige depressies aan het grote werk te beginnen.

Kanker. Dat is pas hip. Iedereen had het erover, iedereen kende wel iemand met kanker of had er zelf mee te maken gehad, en ik laat me graag voorstaan op het feit dat ik als pionier de opmars inluidde van jonge mensen met kanker. Nu heeft iedereen het, maar dan weten jullie waar die trend vandaan is gekomen. Bedank me later.

Door die kanker mag ik mede door mijn vervroegde overgang en de daaraan onlosmakelijk verbonden ouwe wijven kwaaltjes, zoals botontkalking en krimpen (ja,ja, al twee centimeter) nu dan ook reuma aan mijn to suffer-list toevoegen. Je gaat er dan wel niet dood aan, maar er wordt wel degelijk voor gecollecteerd, wat het toch een prestigieuze aandoening maakt.

Bijkomend voordeel is dat ik telefonische bedelaars gemakkelijk kan afwimpelen door te zeggen dat ik zelf patient ben, dus dat als ik de donatie gewoon aan mezelf besteed, ik in elk geval zeker weet dat het goed terechtkomt. Of zoals de bolle tegen de collectant aan de deur van het Kankerfonds zei : ” Nee dank u. Wij zijn al voorzien.

WERK

11 feb 2011, 14:51

Na drie jaar gesubsidieerd op mijn luie reet te hebben gezeten, heb ik besloten serieus werk te gaan maken van het vinden van een baan. Met de huidige werkloosheid en bezuinigingen op uitkeringen zou je verwachten dat het UWV mij wel binnen afzienbare tijd met reintegratie op weg zou helpen, maar niets is minder waar.

Bij het CWI raakte men volledig in paniek toen ik aangaf me te willen inschrijven als werkzoekende. Het kostte me vijf verschillende medewerkers, die me verspreid over een periode van bijna drie maanden evenzovaak doorstuurden, aangezien ik me kennelijk niet zelf als werkzoekende mag inschrijven wegens mijn arbeidsongeschiktheid en de daarbij behorende uitkering en dus werd ik met een kluitje verwijderingsbijdrage in het riet gestuurd.

Het is natuurlijk een misvatting dat het UWV voor me in de bres zou springen om mij aan een baan op arbeidstherapeutische basis te helpen, want zo zeggen zij : “Gaat u nou maar lekker op uw luie reet zitten, want wij hebben helemaal geen tijd en geld om zieke mensen zoals u aan een baan te helpen, omdat wij de (onwillige) werklozen eerst aan het werk willen krijgen”. Zelfs de ironie van deze tegenstelling ontging ze volledig, en het hielp ook al niet dat ik verklaarde al een jaar in remissie te zijn, dus best weer wat kon doen.

Het grappige is dat terwijl ze mij weigeren aan een baan te helpen, ze me wel periodiek komen controleren om te zien of ik niet stiekem zwart werk.

Gelukkig laat ik mij nooit zomaar zonder luidkeels protest uit het veld slaan, en uit puur anarchisme dacht ik er een tijd over na om dan maar een zwart baantje te nemen, alleen bleek dat er op ons eiland getuige de vele briefjes die op het advertentiebord bij de supermarkt hangen een waar overschot is aan babysitters en schoonmakers die hun diensten zwart aanbieden.

Aangezien het langer dan vijftien jaar geleden is dat ik voor het laatst heb gesolliciteerd, besloot ik mijn licht te laten gaan over het schrijven van een sollicitatiebrief. Vroeger had ik keer op keer succes met mijn zogenaamd jolige brief, waarin ik mezelf zodanig beschreef dat men wel een grote sukkel zou zijn als men mij niet aannam, en soms schreef ik dat er ook nog in. Tegenwoordig kan dat kennelijk niet meer, maar moet de toon kort, bondig, zakelijk en vooral humorloos zijn.

Gelukkig stonden er ook voorbeelden van C.V.’s op het internet, die je met aangepaste N.A.W.-gegevens zo kon versturen. Dat was wel zo makkelijk, en bang dat ik de gewenste serieuze toon volledig zou missen, begon ik mijn gegevens in te vullen om zo een profiel aan te maken.

Ik verstuurde een sollicitatiebrief met foto naar een lunchroom op IJburg, en werd de dag erna opgebeld met de mededeling dat ik niet was aangenomen. Toen ik wilde weten of dat lag aan de kwaliteit van mijn sollicitatiebrief of mijn C.V., klonk het vertwijfeld : “Zit u me nou in de maling te nemen ?” Toen ik doodserieus antwoordde dat ik geen idee had waar hij het over had, vertelde hij me dat er aan de brief en het CV niets mankeerde, maar dat men niet zo goed raad wist met die foto van mijn kut die ik had bijgesloten.

“Tsja,” verdedigde ik mezelf, “in die voorbeeldbrief stond toch duidelijk : “Toon uw geslacht in uw profiel”, dus eh…”

Als je zoals ik geen reet te doen hebt, moet je jezelf op andere manieren vermaken. Overigens ben ik nog steeds op zoek naar werk. Anyone ?

PRINCIPE

13 jun 2010, 22:10

In principe ben ik niet principieel. Als ik er al een principe op na hou, ben ik de eerste die dat principe overboord gooit, want principes zijn er om gebroken te worden.

Ik beweerde ooit dat ik absoluut geen kinderen wilde. Want, zo redeneerde ik, wat heb je d’r an ? Als babies schijten en huilen ze alleen maar, als ze in de kleuterfase zitten zeiken ze alleen maar aan je kop met hun irritant-retorische “waarom?”, daarna krijgen ze puisten en gaan aan de drugs en voor je het weet zit je met grijze haren op de bank en vraag je je af wat er met je leven is gebeurd. En moet je me nu eens zien; ik heb mijn zus een eitje te leen gevraagd, niet om te koken maar om nog een keer een kind te krijgen.

Wat ik ook zo vaak als men maar wou horen verkondigde, was dat ik nog niet dood gevonden wilde worden op IJburg. Die desolaat aandoende blokkendozen op dat zelfmoordbevorderend eiland waar ik destijds tegen heb gestemd tijdens het referendum. En moet je me nu eens zien; ik sta mezelf bloed, zweet en tranen te bezorgen met alle klusbezigheden in ons nieuwe huis. Op IJburg.

Iedereen zegt dat the hip and famous zich op IJburg bevinden. Iedereen zegt dat het er zo heerlijk is voor Jip, overal water en groen. Maar het blíjft IJburg. Gemengde gevoelens, hè. Het voelt alsof je schoonmoeder in het ravijn rijdt. In jouw nieuwe Mercedes.

Één van mijn laatste principes die ik coute que coute blijf handhaven is dat niets voor niets is. Niks is zonde, behalve boter op je hoofd smeren en droog brood vreten.

HOMO

22 okt 2009, 14:03

Als je vroeger aan Jip vroeg wat hij wilde worden, dan zei hij steevast : “Machinist, natuurlijk”, want vanwege vermoede Asperges zijn treinen in alle vormen en maten het einde voor hem.

Daarna wilde hij een tijd lang vuilnisman worden, tot ie erachter kwam dat die functie wel iets meer omvatte dan alleen achterop de treeplank door de stad gereden te worden. Ondanks zijn naar eigen (ja,ja) zeggen “niet dikke maar slechts stevige bouw” vertikt hij het om te sporten, terwijl die stevige bouw mij en oh ja, hemzelf in bijvoorbeeld wedstrijdzwemmen of rugby op topniveau van een verzekerde financiele toekomst zou voorzien.

Maar ja, evenals met alle andere dingen laat mijn eigenwijze kind zich niet dwingen, en de keer dat ik hem voor straf zonder eten naar bed had gestuurd maakte ook niet echt veel indruk op hem, want toen ik met tranen van schuldgevoel in mijn ogen brandend vanwege mijn strenge doch rechtvaardige (dat moest ik mezelf blijven vertellen) optreden met een bord eten naast zijn bed stond, lag hij als de vermoorde onschuld prinsheerlijk te pitten.

Daar sta je dan met je grote voeten.

Soms is het frustrerend als Jipmans kritiek of een standje zo gemakkelijk van zich af lijkt te doen glijden, maar het tegendeel is waar. Ten eerste is hij natuurlijk een man, en jong of oud, bij mannen duurt het toch altijd net iets langer om dingen te laten bezinken. Dat is nou eenmaal zo. Net als dat wanneer mannen (jr. dan wel sr.) ziek zijn, ze het doen lijken alsof ze al met een been in het graf staan.

Toegegeven, de eerste twee dagen van Jips ziek zijn kon hij die veertig graden koorts moeilijk hebben gefaket, maar toen de koorts weer wat ging dalen was het volgens hem toch echt van levensbelang dat ik hem hapjes kippensoep voerde op bed. Toen ik hem vroeg of ik ook zijn reet nog voor hem moest afvegen als ie naar de wc was geweest, keek hij me ernstig aan en vroeg me of ik hier geen grapjes over wilde maken, want dit was Heel Serieus Ziek Zijn.

Misschien dat ik de laptop maar even bij zijn bed moest zetten, dan kon ie af en toe een beetje computeren als het hem lukte om zelf rechtop in de kussens te komen.

In de laatste weken voor de zomervakantie was er een opstootje in de klas toen bleek dat er jongens op de schoolcomputer naar verboden websites hadden gesurft, en dat werd besmuikt doorgefluisterd. Jip vertelde mij later dat het om het relatief onschuldige poep.nl ging, waar je foto’s van drollen zag, en ik geloof hem. Niet omdat mijn kind niet zou liegen (hij lijkt namelijk niet alleen op zijn moeder), maar omdat hij een paar dagen later bij een ouder vriendje thuis echt op een porno-site was gestuit, en mij dat vervolgens eerlijk opbiechtte.

“Mam ! Dat geloof je nooit, dat was zo goor, er zat gewoon een mevrouw met haar MOND aan de piemel van een man ! Ill, smerig man !” Hij was er meteen klaar mee. De gelegenheid te baat nemend begon ik toen een gesprekje over hetgeen hij gezien had, zonder al te plastisch te worden, en zonder mijn halve uitkering in het vloek-potje te hoeven storten, ik was al bijna bij de bijtjes beland, toen Jip mij vroeg : “Maar wat is dan een homo ?” Zonder over te geven legde ik uit dat er soms sprake was van liefde tussen alleen twee bijtjes, of desgewenst twee bloemetjes, maar toen wist ik natuurlijk dat de volgende vraag onverbiddelijk zou komen : “Maar hoe doen die dat dan ?” Toen hij zich daarna visualiseerde hoe dat er dan uit zou zien was het afgrijzen van zijn gezicht af te lezen, maar hij zei helemaal niks.

Toen oma hem later op de avond belde, en aan hem vroeg of hij al wist wat hij later wilde worden, was hij even stil. “Nou oma, dat weet ik nog niet helemaal. Maar ik weet in elk geval heel zeker dat ik geen homo word !”

AUTO

7 okt 2009, 19:12

Aangezien ik mijn eerste drie levensjaren in Korea heb doorgebracht en ik vervolgens letterlijk als een stinkend hoopje ellende mijn entree op Schiphol Airport maakte, kan het natuurlijk best dat ik vroeger een jongetje was. Misschien is door een van de vele ziektes die ik persoonlijk meebracht en Europa in verspreidde mijn piemeltje eraf gevallen, en hebben ze mij maar tot meisje verklaard in mijn paspoort. Over mijn geboortedatum hadden ze toch al net zo gemakkelijk gelogen. Het zou in elk geval een hoop verklaren.

Ik sta nooit langer dan vijf minuten onder de douche, ik zuip en vloek zonder reden, en ik betuig me van een uiterst sportieve rijstijl.

In Amsterdam en af en toe omstreken is het inmiddels een vertrouwd beeld. Een brandweerrood oldtimertje dat onder luid geclaxonneer en een permanent opgestoken vinger -welke niet de duim betreft- uit het raampje stekend persoonlijk de wachtlijsten van diverse verpleeghuizen aanzienlijk verkort. Natuurlijk stop ik, net als menig ander, ook wel eens voor rood licht of zebrapaden, maar als ik haast heb gelden mijn regels.

De reden dat ik niet met regelmaat achter mijn stuur vandaan word getrokken en op mijn bek wordt geslagen is dat ik alleen maar in strategisch gekozen vertederende oldtimertjes rij, zodat ik als ik weer eens rechts inhaal vanaf de uitvoegstrook ik na het zien van mijn toet-toet een vergoeilijkend gebarend handje te zien krijg. Ga dan maar voor, meisje. Dat had ik als lelijk jongetje nooit voor elkaar gekregen.

Wat ook een voordeel is, is dat je met een leuk smoelend autootje ook minder snel een parkeerboete krijgt (jawel, dat is echt waar !). Nadeel is dat je evenwel een lekker wijf kan zitten te zijn in je schattige Fiatje, maar dat je nauwelijks serieus genomen wordt door oom agent. Zelfs als je de sterke snor der wet een grote bek geeft, staart deze terug met een nauwelijks verholen “nou, nou, mevrouwtje”. Dat weet ik uit ervaring. Toen ik ooit eens met mijn Fiat 500 -met zonnedakje!- op de snelweg tijdens een zeer stormachtige avond op de vluchtstrook stond te wachten tot de wind zou afnemen zodat deze geen vat meer zou hebben op mijn klepperdende zonnedak, waardoor ik mijn weg weer zou kunnen vervolgen zonder met auto en al te worden opgetild en een paar meter in willekeurige richting verderop weer te worden neergekwakt. In plaats te vragen waarom ik daar in de eerste plaats stond blafte die ene van de Village People mij toe dat ik “niet zomaar op de vluchtstrook mocht stilhouden”. Toen ik met ferme bewoordingen opmerkte dat ik daar niet zomaar voor mijn eigen lol stilstond, trok de motormuis al tut, tuttend even een wenkbrauw op, en deelde me mee dat tevens een van mijn achterlichten het niet deed. “Ja, en mijn remmen ook niet. Doei !” riep ik langs de middelvinger weg uit het raampje. De wind was namelijk weer gaan liggen.

Het moge een wonder heten dat ik niet meer dan eens in mijn leven een boete heb gekregen voor het beledigen van een ambtenaar in functie.

Dat neemt niet weg dat ik me elke dag weer met frisse moed vuilbekkend en toeterend tussen de zwakzinnigen beweeg die het hebben gewaagd zich juist vandaag met mij in de periferie te mengen. Toen ik eens in de afgetrapte ouwe Opel Kadett van mijn afgetrapte ouwe ex al toeterend en bumperklevend een hinderlijk afremmende en dan weer optrekkende auto voor me met groot lichtsignalen opteerde dóór te rijden, trapte mijn beoogde slachtoffer vol op z’n rem en stapte briesend uit. Terwijl ik snel mijn portier op slot deed, vroeg de man mij vloekend wat ik nou moest, tot hij het raampje naderde en mij met mijn meest schijnheilige uitdrukking op mijn smoel en mijn knoopjes tot op mijn navel open aanzag en van pure schrik begon te stotteren. “N..n..niet meer d..d..d..doen !” Misschien ben ik toch een meisje.

VLOEKEN

18 jun 2009, 16:06

Nu ik officieel in remissie ben, en ik word geacht weer langzaam maar zeker mee te doen met de rest van de wereld, moeten ook mijn pedagogische skills ( voor zover ik die ooit gehad heb ) weer eens worden afgestoft.

Dat werd me pijnlijk duidelijk toen Jip en ik met mijn vriendinnen Blond en Groot en al hun kinderen een paar dagen op Bakkum bivakkeerden. Toen ik daar vloekend en tierend aankwam omdat was gebleken dat alle Melkert-banen net die dag bij de NS vervuld dienden te worden, sloeg Blond junior haar hand voor haar mond en zei : “Oooh mam, Sakka zei een lelijk woord !” Ze was onverbiddelijk toen ik haar uitlegde dat ze de tekst van de Jip en Janneke musical verkeerd interpreteerde, en ik moest 20 cent scheld-geld betalen. Daar ik net was gearriveerd was ik nog vol goede zin, dus gooide ik welwillend een euro een meter of drie verderop het gras in en vroeg haar of ze als ze dan toch niet wilde opsodemieteren, in elk geval nou eens een fucking biertje voor me kon pakken, want ik had tenslotte geen houten bek.

Nou niet meteen denken dat ik op tere kinderzieltjes trap, want die huftertjes van ons kunnen een hoop hebben, en van gekke Sakka zijn ze een hoop gewend. Toen één van de meiden een keer bij ons logeerde heb ik me onsterfelijk gemaakt door haar haar neus in de zoom van mijn jurk te laten snuiten omdat ie toch in de was moest. Sindsdien sta ik erom bekend dat bij mij álles mag.

Nou namen wij al nooit echt een blad voor de grofgebekte mond, maar sinds Jip de buurvrouw van bijna negentig aanspreekt met “yo, bitchy!” en ik bij het verlaten van de camping het vocabulaire van de kids voor meer dan honderd euro had vergroot, hebben we ons voorgenomen om in de omgeving van elk willekeurig onderkruipertje geen vuige taal meer uit te slaan. Dat valt nog enigszins te handhaven door je alleen nog maar in kroegen of hysterische musea te begeven, maar daar ik daar tegenwoordig niet meer zo vaak kom levert dat nog wel eens onhandige situaties op. Elke “KUT!”, “SHIT!” of “GODVERDOMME” wordt steevast gevolgd door het zinnetje : “…is een woord dat je NOOIT mag zeggen!” Dat lijkt slim bedacht, maar Jip is bijna net zo geraffineerd als zijn moeder en stelt dus regelmatig : “..dus..godverdomme mag ik niet zeggen, he ? Net als fuck, want dat is ook een lelijk woord.”

Toen hij met oma in de bus zat en een auto voor hen voor het rode stoplicht stond te wachten, mompelde Jip : “Klootzak”, waarop oma hem vroeg of hij eigenlijk wel wist wat dat betekende. “Tuurlijk weet ik dat”, riep Jip verontwaardigd uit : “dat is iemand in een auto voor die van mamma die niet wil doorrijden !”

BETER

12 apr 2009, 14:13

Als ervaringsdeskundige op zowel het gebied van chemotherapie en zwangerschap heb ik geconstateerd dat er tussen die twee gevallen angstwekkend veel overeenkomsten bestaan. Niet alleen de zenuwen of de toekomstzorgen voorafgaand aan beide gebeurtenissen zijn vergelijkbaar, maar ook het (weliswaar in verschillende mate) haarverlies, de misselijkheid, het kotsen, de incontinentie en de (hopelijk tijdelijke) dementie komen overeen. En na afloop in de meeste gevallen opluchting en blijdschap.

Na mijn laatste pillendag heb ik dapper een glaasje champagne gedronken waarvan ik eigenlijk al dronken was toen de kurk van de fles af knalde. Mijn tweede slok belandde van pure opwinding in mijn ernstig geslonken decolleté maar dat mocht de pret niet drukken. Wel heb ik op mijn lijstje Aandachtspunten Na Chemo geschreven dat ik nu snel weer moet beginnen met een voorzichtig tequilaatje, is het niet voor de dorst dan wel voor de gezelligheid, en gewoon omdat het weer kan. Bovendien, als al die chemische rotzooi mij al niet plat heeft gekregen kan een verwaarloosbaar whiskeytje nauwelijks kwaad, dunkt me.

Voor de Korsakoff hoef ik het ook niet te laten want zoals ik -geloof ik- eerder vertelde is mijn korte termijngeheugen met verlof en staat mijn bovenkamer al geruime tijd leeg. Zo hadden laatst enkele familieleden een soort EO-familieweekend georganiseerd waarbij alle ooms, tantes, neefjes, nichtjes (enfin, je kent het concept van familie) inclusief kinderen en aanhang voor het eerst in jaren allemaal bij elkaar zouden zijn. Mijn zus had de pest erin want ik de kanker. Nu had ik een excuus om af te zeggen, en moest zij met figuren waarvan ze de meeste, net als ik overigens, al tientallen jaren niet meer had gezien, klootschieten in de gietende regen in Drenthe. Doordat ik jarenlang op slinkse wijze mijn snor drukte op (familie)feesten- en partijen, en ook consequent geen kerstkaarten verstuurde dacht ik dat dat de reden was dat ik al die koppen op de Zeer Attent Meegebrachte FamilieDVD niet herkende, maar toen ik even later aan mijn moeder vroeg wie toch die ene mevrouw op de film was en zij me zwijgend bleef aankijken tot het kwartje uiteindelijk bij mij viel, moest ik concluderen dat mijn geheugen me net als mijn man destijds in de steek had gelaten.

Soms is dat best lastig omdat dat in de meeste gevallen gepaard gaat met afasie, terwijl dat me niet weerhoudt net zoveel te blijven ouwenelen als anders. En als ik dan een verhaal probeer te vertellen over hoe mijn fiets ooit was gestolen, maar niet meer op het woord fiets kan komen, moge duidelijk zijn dat dat af en toe ontzettend lastig is. Dan raak ik zo gefrustreerd dat ik woedend word op mezelf en dat ik dan onredelijk tegen iemand uitval of een potje ga zitten janken. Maar uiteindelijk kost dat ook veel energie, en die heb ik juist nu hard nodig. Daarom heb ik besloten het nadeel van mijn geriatrische ongemakken om te buigen naar lucratief voordeel. Met hoofddoekje op integreerde ik me al gek hier in de indische buurt van Amsterdam-Oost, nu heb ik mij ook de oost-indische gebruiken eigen gemaakt. Zo kan ik mij op de een of andere manier helemaal niet meer herinneren dat ik van verschillende mensen geld heb geleend.Of dat ik mijn huur nog moet betalen. En dat ik Jip had beloofd een verhaaltje voor het slapen voor te lezen is me ook ontschoten. Trouwens, nu die zelf kan lezen, snap ik ook niet waarom ik dat nog zou moeten doen.

De kanker heeft me sowieso een hoop opgeleverd. Mijn huisraad staat al een tijd opgeslagen in een loods van een verhuurbedrijf en daar had ik vorig jaar al een brief van ontvangen dat ze voornemens waren de huurprijs per 1 januari van 50 euro naar 75 euro te verhogen en ik moet het destijds vast net zo belachelijk gevonden hebben als dat ik het nu vind, dat ik de brief verder volledig heb genegeerd. Toen ik vertelde waarom ik zo lang heb gewacht met mijn bezwaar was de medewerkster van de opslag even stil en zei dat ze even met haar supervisor wilde overleggen. Even later belde ze terug en vertelde ze me dat ze hadden besloten in mijn geval de huurprijs van de opslagruimte terug te draaien. En ik deed niet eens met opzet zielig.

Toen ik dat eenmaal ontdekte besloot ik dit gegeven van medeleven onbeschaamd uit te buiten. Zo laat ik me nu op kosten van het ziekenhuis gratis met de taxi vervoeren. En als de rij van de kassa mij te lang is, hoef ik mijn muts maar van mijn kale knar af te trekken en even hartgrondig te zuchten of ik sta een minuut later met een voor mij ingepakte boodschappentas weer buiten. Ze zijn daar sowieso dol op me bij die Albert Heijn. En bang.

Naast alle geijkte kaarten en bloemen krijg ik regelmatig echte kado’s en worden me zelfs reisjes in het verschiet geboden zonder daar sexual favors voor te verlangen.

Het is natuurlijk ook niet zo dat ik er helemaal niks voor heb hoeven doen, maar het is belangrijk om te blijven relativeren. Met één dichtgeknepen oog kijk ik voorzichtig omhoog naar het waterige voorjaarszonnetje van mijn toekomst. En nou maar hopen dat er niet een vogel in mijn open oog schijt.

TIJD

20 jan 2009, 17:05

In de tijd dat Michael Jackson nog een neger was, begon mijn weekend op woensdagavond en als het een beetje meezat viel het einde van mijn week samen met het begin van een nieuwe. Nou hechtte ik destijds geen enkele waarde aan tijdsbesef; als ik niet wist hoe laat het was kon ik ook nooit te laat komen (voor het gemak deed ik ook meteen maar niet aan logica). En als ik tegen de ochtend door de politie thuis werd gebracht en mijn ouders met onfrisse en ongelovige gezichten me op de bank zaten op te wachten met een :”Weet jij wel hoe laat het is ??!!”, kon ik met een zuiver geweten en een stralende glimlach mijn bed in duiken.

En net zoals ik vroeger op feestjes in de Roxy, Silo, Repetitiehuis, Multigroove of de catacombes van de kerk op de Haarlemmerdijk na inname van XTC (wat toen nog iets positiefs betekende) stond te wachten tot en hoe het pilletje zou gaan werken, zo lig ik nu op dag 6 van mijn eerste chemokuur te wachten op de uitwerking van deze pilletjes. Tot nog toe mag ik met een beetje misselijkheid en duizeligheid niet klagen, al doe ik dat natuurlijk wel, je moet het je helpende handen tenslotte niet al te gemakkelijk maken, en je moet er zelf natuurlijk ook een beetje lol aan beleven.

Zo maak ik tegenwoordig lijstjes (I blame chemo !!) waarop ik bijhou welke etenswaren het minst belastend zijn voor de blaren op mijn tong en die het lekkerst wegkotsen. Op dit moment beleef ik het grootste vomeer-plezier aan vruchtenkwark, en tomatensoep is een goede tweede. Mijn eerste uitgevallen lok haar heb ik bewaard voor voodoo-doeleinden, of om straks mijn kussen mee op te vullen.

Mijn aanvankelijke terughoudendheid ten aanzien van blowen heb ik ook laten varen, ik merk dat het the edge een beetje van de misselijkheid afhaalt en door de roes blijven je gedachten ook niet almaar bij het ziekzijn hangen. De felgroene en roze konijnen neem ik op de koop toe.

Natuurlijk is het geen picknick, en ik heb me wel eens beter gevoeld, maar voorlopig valt het allemaal te doen. Hoe de rest van de chemo-cycli gaan verlopen zal de tijd ons leren. Tijd voor een lekker bakje kwark.

KANKEREN

10 dec 2008, 00:08

Komt een vrouw bij de dokter, zegt ie tegen haar : “U heeft K!”, waarop de vrouw reageert met :”Oh jee…”, waarna de dokter zegt :”Nee, K. Wel een beetje opletten, hè !” Dit was een Hein de Kort-tekeningetje, waar ik anders dan om Kluun z’n boek in mijn broek heb gepist van het lachen. En ik ontdekte dat niet iedereen hetzelfde gevoel voor tumor als ik heeft. Terwijl ik mezelf een bekkenbodemverslapping amuseer, vinden anderen het ronduit smakeloos en ongepast om zomaar pret te hebben om zo een ernstige ziekte. Eerst dacht ik dat daar wel iets in zat, en vond dat ik me best iets nederiger en tactvoller kon opstellen, maar vrij snel besefte ik dat het godverdomme MIJN kanker is, en dat ik daarmee om mag gaan zoals het mij belieft. Die anderen staan niet in mijn schoenen (maatje 37,5), en hebben geen idee wat ik moet doorstaan, dus mag ik van mezelf zogenaamd gevatte opmerkingen maken in het AVL (“Goh, kom jij hier vaker ?”).

Ik moet in januari weer aan de chemo. Da’s niet erg. Ik moest toch wat kilootjes kwijt en ik wilde al lange tijd weer es wat anders met mijn haar. In tegenstelling tot mijn haarloosdracht van de laatste chemo’s (toen ik met hoofddoekjes geweldig integreerde in Oost) wil ik het deze keer anders aanpakken (de koningin draagt immers ook nooit twee keer eenzelfde outfit naar feesten en partijen); ik ga mij op voorhand een paar Zeer Foute pruiken aanschaffen bij de fopwinkel. Ik denk aan een grote zwarte Afro, of juist een arisch, steil en blond haarstukje. Of allebei. Dat lijkt me nou echt leuk. Gezellig. En dan zul je ongetwijfeld van die azijnpissers hebben die dat dan weer niet chic vinden, maar ik ben ervan overtuigd dat ik er heel vrolijk van word. Met mijn grafsmoel onder een groene pruik, ik krijg nu al buikpijn van het lachen. Ik zal nooit politiek-correct zijn of rekening houden met andermans gevoelens. Ik zal altijd openlijk racistische opmerkingen maken over nikkerts en turkinnen. Ik zal altijd in gezelschap heel hard mensen beschuldigen van flatulentie, terwijl ik zelf naar brak water ruikende ruften laat. Ik zal altijd Dunhill rokers verachten. Ik zal nooit aangepast zijn. Maar desalniettemin (mijn lievelingswoord!) sta ik garant voor dom plezier en geluk. Ik leg de lat voor zowel mijzelf als een ander niet hoog (omdat ik er anders niet bij kan) en ik ben laagbijdegrondsdrempelig. En als ik dan een lullige opmerking maak over je sportsokken, je foute auto of je gebrek daaraan, je foute smaak wat liefjes en sigaretten betreft, je stinkende bek en je vette kop, dan moet je maar bedenken :”Zij gaat heus ooit wel es dood!”