STRUISVOGEL


Mijn vader is nu “al” bijna drie weken dood en het went nog steeds niet.

Keer op keer vergis ik me als ik zeg “dat ik even naar mijn ouders ga” en ook schrik ik elke keer als de telefoon gaat en ‘Ans & Kier’ in de display verschijnt.

Je zou natuurlijk denken dat ik als dra. Verlies- en Rouwbegeleiding de wijsheid in pacht heb op het gebied van verlies en/of rouw, maar niets blijkt minder waar.

In werkelijkheid is het net als het volgen van een cursus zwangerschapsyoga. Op het moment dat je zo’n cursus volgt (waarbij pareltjes van wijsheid worden gedebiteerd als : “elke wee is er weer een” of “stop je pijn in een denkbeeldig laatje”), ben je vol vertrouwen en heb je bijna ‘zin’ in de bevalling. Maar als die zich dan werkelijk aandient, vergeet je instant al die loze mantra’s en ben je niet bezig met rustig ademhalen of “je stil in jezelf terug te trekken”, nee, je bent bezig om een bijna tienponder je te krappe geboortekanaal door te persen, wat gepaard gaat met helse pijnen, bloederige horror-taferelen en x-rated gevloek en getier.

Rot toch op met je yoga.

Natuurlijk gaat een psychiater ook niet bij zichzelf op de sofa liggen, maar op dit moment is echt elke vorm van autonomie, introspectie of zelfs maar het minste beetje zelfreflectie mij vreemd.

Ik lap alle conventionele regels van rouwen aan mijn reet, sterker nog, ik gooi ze allemaal op een hoop en krijg ze allemaal tegelijk terug in mijn bek gesmeten. Ik ben intens verdrietig en tegelijkertijd ben ik boos op de hele wereld, ook al schieten de wereld en ik daar uiteraard niet veel mee op.

Het zal op den duur slijten, dat geloof ik wel, maar toch probeer ik het besef dat mijn lieve papaatje er écht niet meer is, op allerlei manieren uit mijn gedachten te bannen.

Immers; als ik mijn ogen dicht heb, kun je me niet zien.

VET

Toen ik op ongeveer tweejarige leeftijd vanuit Korea op Schiphol aankwam, was ik niet alleen onvolgroeid maar ook ernstig ondervoed. Ter vergelijking woog Jip toen hij vier maanden oud was even zwaar als ik als peuter, namelijk tien kilo. Dat was evengoed tamelijk extreem, maar het had als voordeel dat ik als een van de weinige kersverse moeders al de eerste week na de bevalling nachten kon doorslapen. Sterker nog, ik moest mijn boeddha-baby ‘s ochtends wakker maken om hem te voeden omdat mijn tieten op ontploffen stonden.

Na een jaar te hebben geziekenhuisd mocht ik eindelijk van dieet af en mocht ik normaal meeëten met de rest van ons gezin. Dat hebben ze geweten. Als mijn moeder stond te koken moest en zou ik op het aanrecht zitten om te zien of ze niet stiekum het eten in haar eigen mond stak en binnen een paar maanden was ik zo dik dat ik mijn armen niet eens meer over elkaar kon slaan, maar ik voelde me er goed bij en laten we wel wezen, dunne babies/peuters zijn sowieso eng.

Nadat ik uiteindelijk niet alleen in de breedte maar ook in de lengte begon te groeien, werd ik een magere spicht en kwam ik niet aan ook al vrat ik als een bootwerker. Ook later is het me nooit meer gelukt om een beetje vet te kweken, met uitzondering van tijdens mijn zwangerschap, toen ik twee-en-een-halve week overtijd was en stopte met me te wegen toen ik de 90-kilo grens overschreed en ik inmiddels ruim 34 kilo was aangekomen. Gelukkig was mijn chocoladeverslaving direct over toen mijn suikerbuikie na ruim vierentwintig uur toch maar besloot tevoorschijn te komen en mijn afkeer van chocola net als voor de zwangerschap terugkeerde.

Nu ik word bestraald is het van groot belang dat ik goed op gewicht blijf, maar dat kost me nogal wat moeite. Niet alleen heb ik geen trek, maar merk ik ook dat mijn spiermassa (voor zover aanwezig) krimpt door mijn inactiviteit. Sommige mensen vinden dat jaloersmakend, ik vind het best als zij met mij willen ruilen, maar dan krijgen ze ook mijn kanker erbij.

Het wordt er ook niet makkelijker door dat ik niet van zoete dingen hou als slagroom, koek of ijs (en ook niet van shoppen wat de reden is dat mijn puber mij geen ‘echte’ moeder vindt), dus worstel ik mezelf door boterhammetjes met kaas en tomatensoep heen en een verwaarloosbaar knakworstje op zijn tijd.

Misschien moet ik als ik klaar ben met de bestralingen maar weer eens naar Loetje voor een biefstuk met jus. Gaan jullie dan allemaal mee ?

Vet !

KLOTEN

Nu bekend is geworden dat Hitler er echt maar één van had, deed hij ondanks zijn gebrek -waarvan elke gek er minstens één van schijnt te hebben, maar dat terzijde- als een ware bikkel (zoek maar op in het woordenboek) een niet onaardige poging omnipotent te worden en daarom vraag ik me nu af of en in hoeverre (het hebben van) kloten het verschil maken.

Persoonlijk vind ik ze geen zak aan. Het hangt daar maar een beetje lullig te wezen en voegt mijns inziens eerlijkgezegd geen enkele meerwaarde toe aan de sex. Aan de andere kant heb ik nog nooit geplompzakt, dus heb ik eigenlijk geen recht van spreken.

Figuurlijk gesproken is het hebben van kloten vaak een compliment. Vooral voor een vrouw. Waar een vrouw met ballen een stoer wijf is, is een man met ballen slechts een simpel gegeven en een voldongen feit. In die zin is het maar mooi dat ‘naar de kloten gaan’ volkomen sekseloos is.

Het moge duidelijk zijn. Nederland gaat naar de kloten. Samen met de rest van de wereld die net zo hard naar de kloten gaat, en waar de politici zwaar op hun kloten krijgen, is het verlangen naar iemand met kloten die hij of zij werkelijk gebruikt, enorm groot. Helaas is alles, zonder aanzien des persoons, in wezen kloten. En -want zo ben ik- ga ik daar volledig in mee door me zwaar kloten te voelen (niet te verwarren met het daadwerkelijk voelen van zware kloten).

Terwijl mijn happy face permanent op mijn smoel geplakt zit doe ik me voor als een vrouw met kloten. Ik maak misplaatste grappen alsof mijn leven ervan afhangt. De poes moet het vaak ontgelden. Dan is zij het plaatsvervangend pispaaltje tegen wie ik aanzeik. Ze vindt het allemaal best. Ik ben er nog niet uit of dat iets voor of tegen haar zegt of dat er een korrelatie bestaat tussen het hebben van kloten en intelligentie.

Het gaat ongetwijfeld meevallen, maar toch zie ik de komende bestralingssessie met frisse tegenzin tegemoet. Mijn happy face zit in mijn tas, dus die kan ik te allen tijde opzetten. Maar soms ben ik die poppenkast helemaal zat, schieten de ballen terug in mijn onderbuik en kan ik alleen maar denken : “Kut. Wáár zijn die kloten als je ze nodig hebt ?”


 

KUT

In tegenstelling tot oude liefde, vertoonde mijn relatie met een oude vriend zo af en toe wat onnodige roestplekjes. Toegegeven, een goede vriendschap was het niet, we hadden namelijk totaal geen respect voor elkaar, ondergingen lijdelijk onze rendez-vousen en eerlijkgezegd hoopte ik hem na de laatste ontmoeting nooit meer te zien.

Maar nu is hij weer terug. Hoe hij heet ? Melanoom. Een soort van hele slechte oom.

Dit keer manifesteerde hij zich op mijn buik (die buikmodelcarrière zit er voor mij dus ook niet meer in), maar gelukkig was de bolle zo jaloers op onze relatie dat hij erop stond dat ik er direkt een eind aan zou maken.

Vanmorgen heb ik dus, weliswaar onder invloed van verdovende middelen, de banden met die smerige stiekemerd radicaal laten lossnijden. Daar kwam wat bloed bij kijken, maar wat ik in mijn achterhoofd hield was het mantra : “In liefde en oorlog is álles geoorloofd”.

Over een week krijg ik te horen of mijn oude vriend nu voorgoed opgerot is of dat ik een knokploeg moet oproepen, maar hoe dan ook hou ik de moed erin.

Nu nog even bedenken hoe ik de vluchtelingen hier de schuld van kan geven.

 

VAKANTIE

Als gescheiden moeder zie ik elk jaar weer als een berg op tegen de zomervakantie. Dat betekent immers dat ik mijn kind voor drie weken moet missen omdat hij dan met zijn vader op vakantie gaat.

De eerste paar dagen kan ik nog net doen alsof het een willekeurig weekend is en dat ie na het weekend gewoon weer thuis komt, maar na een week slaat het empty-nest-syndroom genadeloos toe.

Gelijktijdig met mijn kind verdwijnen ook mijn dagelijks terugkerende irritaties ten aanzien van mijn puber, als ie ‘s ochtends niet uit zijn bed wil komen, ‘s middags niet achter de computer vandaan wil komen en ‘s avonds weigert naar bed te gaan.
Sterker nog, hoe langer hij van huis is hoe meer ik hem in gedachten verheerlijk.

Ineens kan het me geen moer meer schelen dat ie altijd zijn troep achter zijn kont laat slingeren (“zo erg is het heus niet dat ik dat dan moet opruimen”) en ik laat zelf ook heus wel eens de lichten branden en met zijn drukke agenda is het logisch dat ie wel eens dingen vergeet …

De tweede week kom ik alleen door als ik me met grote hoeveelheden drank verdoof, maar in tegenstelling tot andere slemppartijen word ik er niet socialer door. Integendeel, doorgaans stort ik in een diepe depressie en blijkt elke keer dat ik die fucking medicijnen toch maar beter wél kan slikken, ook al vind ik tijdens manische perioden dat ik best wel zonder kan.

Week drie eindigt dan ook meestal in bed, diep weggedoken onder de dekens en met de gordijnen dicht. Dan kijk ik babyfoto’s en oude filmpjes, want je moet zo’n depressie natuurlijk wel goed onderhouden.

Als mijn pizzavretertje dan weer op honk is, moet hij lijdzaam mijn 24-uurs-armklem ondergaan voordat hij langzamerhand weer alleen naar de w.c. mag. Pas als hij weer dodelijke blikken naar me zendt en hij tussen de troep achter de computer zit, voel ik me weer senang.

Maar dit jaar ga ik het anders doen. Ik ben ruim vantevoren begonnen met medicijnen slikken en daarnaast heb ik de drie kindloze weken volgeprakt met afspraken en leuke dingen.

Natuurlijk mis ik Jip er niet minder om, maar dit keer krijgt de heimwee mij niet gek. Wat uiteraard ook helpt is als mijn Roger het toernooi van Wimbledon wint en als het nederlands elftal wereldkampioen wordt.

Dat lijkt me niet teveel gevraagd. Dus, mannen ?

 

POLITIE


Hoewel ze propageren je beste vriend te zijn, lijkt het maar niet te willen boteren tussen de Arm der Wet en mij. Nu ben ik tegenwoordig minder anarchistisch dan in mijn puberteit, toen ik met een dikke Edding-pen drie stipjes tussen mijn duim en wijsvinger tekende en als ik weer eens lam uit de Tagrijn kwam rollen, een willekeurige surveillance wagen aanhield en eiste dat ze mij als dronken en minderjarig meisje zonder geld op zak naar huis moesten brengen, omdat als ik beroofd en/of verkracht zou worden, het hun schuld zou zijn. Ja, vroeger, toen je nog een brood kon kopen voor een kwartje, was alles beter.

Ook kon je in die tijd nog wel eens wegkomen met een waarschuwing in plaats van een bekeuring als je een leuk verhaal vertelde. Misschien heeft dat feit wel ten grondslag gelegen aan mijn talent om te ouwehoeren. Zo mocht je toentertijd best zonder helm op je brommer verder rijden als je maar beloofde niet harder te rijden dan de fietsers op het fietspad. En er werd ook begrip getoond als je vertelde dat je al vier keer te laat op school was geweest die week en dat je bij een vijfde keer zou worden geschorst dus dat je daarom door het rode licht had gereden. Liegen werd beloond, dat zie je maar aan Lance.

Toen het einde van mijn arsenaal aan smoezen in zicht kwam en het gehele korps van de politie Gooi & Vechtstreek mijn tieten al eens had mogen aanschouwen, nam ik de wijk naar Amsterdam. Dat was in justitieel opzicht geen succes, want waren de dorpsagenten vriendelijke baasjes van middelbare leeftijd die gelukkig getrouwd waren en kinderen hadden waardoor ze sneller sympathiseerden met obstinate jongeren zoals ik, in de anonieme hoofdstad leek het wel of arrogantie en een gebrek aan inlevingsvermogen tot aanbeveling strekte bij toelating tot de politie-academie. Evenals het dragen van een snor, zowel bij mannen als bij vrouwen.

Toen ik hoogzwanger in de auto zat en een inkomend gesprek op mijn mobieltje kreeg, zette ik als brave burger mijn auto langs de kant van de weg, zodat achteropkomend verkeer mij zonder problemen kon passeren. Op hetzelfde moment stopte een surveillancewagen achter mij, waarna ik in mijn achteruitkijkspiegel de glimp van een besnorde en grimmig ogende agent zag, die mij met heftige gebaren maande door te rijden. Met mijn hand uit het raam gebaarde ik dat hij zelf door moest rijden. Daarop stapte de boze agent uit en vroeg mij op barse toon waarom ik niet doorreed terwijl hij dat had aangegeven. Ik antwoordde braaf dat het verboden is te bellen en te rijden tegelijkertijd, dus dat ik me juist aan de wet hield. Had ik niet gezien dat hij mij gebaarde door te rijden, vroeg de steeds kwader wordende man. “Jawel, agent, ” zei ik met mijn meest onschuldige gezicht, “maar u kon mijn auto prima passeren dus zag ik het probleem niet.” “Mevrouw !”, donderde de agent, “Ik heb een arrestant in mijn wagen !” en verdomd , er zat iemand geboeid achterin zijn wagen. “Dan zou ik maar gauw doorrijden”, repliceerde ik. “U hoeft mij niet te vertellen wat ik moet doen”, baste de inmiddels rood aangelopen man. “Zo te horen heeft er iemand weer op de bank moeten slapen vannacht”, zei ik droog en meteen had ik een bekeuring voor het beledigen van een ambtenaar in functie, waarvan ik altijd had gedacht dat zo’n boete niet echt bestond, te pakken.

Vanaf dat moment is het nooit meer goed gekomen tussen de politie en mij en kan ik inmiddels kwartetten met verschillende uiteenlopende bekeuringen voor belediging of minachting. Dus toen ik laatst zonder licht op de fiets zat (het is namelijk geen smakelijk gezicht om mij te zien fietsen, dus doe ik iedereen juist een plezier door in het donker te rijden) en ik een motoragent zag naderen, wendde ik mijn gezicht af in de hoop dat hij mij voorbij zou rijden. Uiteraard keerde deze om en kwam op de weg naast het fietspad, naast me rijden. Hij opende het vizier van zijn helm en riep : “Mevrouw, mevrouw. Uw licht doet het niet !”

Ik keek hem aan zonder vaart te minderen en riep terug : “En mijn remmen ook niet !” en sprintte een steegje in, op weg naar huis.

 

TIENER

Geplaatst op 19 april 2012 by Sakka

Dat de tijd voorbijvliegt, ook zonder lol te hebben gehad, blijkt maar weer uit het feit dat Jip volgende week een heuse tiener wordt. Geen servet meer maar -godzijdank- ook nog lang geen tafellaken.

Dat bereiken van de tienerleeftijd is niet alleen even wennen voor de kersverse tiener zelf, ook van mij, de nog bleue tienermoeder wordt een groot aanpassingsvermogen geeist. Was mijn baby voorheen altijd het zonnetje in huis (wat overigens rete-irritant is als je zelf met een ochtendhumeur wakker word, geloof me), tegenwoordig lijkt zijn vocabulaire steeds beknopter te worden. Elke vraag mijnerzijds wordt steevast beantwoord met een grom, en het rollen met zijn ogen. Pas na de derde keer vragen, staat ie tergend langzaam op, zuchtend en kreunend alsof ik hem heb gevraagd om wereldvrede, terwijl ik toch echt alleen maar vroeg of hij zijn jas aan de kapstok wilde hangen.

Wat ook nieuw is voor mij, is dat mijn schatje dat mij eens op een enorm hoog voetstuk plaatste, is verdwenen en dat daar een nurks testosteronbommetje voor in de plaats gekomen is, dat nu met sadistisch genoegen eigenhandig de sokkel van mijn voetstuk omzaagt. Vroeger was ik in zijn ogen de liefste, de knapste en de slimste, nu sla ik, naar zijn mening, de plank herhaaldelijk mis, en wat nog erger is : Hij schaamt zich voor mij. VOOR MIJ ?! Als ik eerder bij uitvoeringen of voorstellingen op school enthousiast gilde : “Kijk ! Dat is MIJN kind!!” draaide Jip slechts met een grijns zijn hoofd naar me om, en fluisterde ondertussen tegen zijn vrienden ”dat ik er ook niks aan kon doen, want dat ik nou eenmaal zo was”, maar als ik hem nu naar kano-les breng en weer met een brok in mijn keel aan de kade sta, draait hij niet eens zijn hoofd meer om maar roept over zijn schouder dat ik nu wel weg mag gaan.

Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat Jip, nog geen vier, voor het eerst naar de peuterschool ging. Heel serieus nam hij ‘s ochtends afscheid van de hond, de voordeur en het tuinhekje, alsof het de laatste keer zou zijn dat hij ze zag. Eenmaal op school aangekomen waren we allebei al in tranen en moesten we uit elkaar getrokken worden, en werd ik gemaand snel op te sodemieteren. Om dan na een half uur thuis opgebeld te worden dat het de rust en het geduld van de juf ten goede zou komen als ik mijn luidkeels op de achtergrond gillende (van wie zou ie dat nou hebben?) zoon toch maar zou komen ophalen. Als ie dan op zijn korte pootjes naar me toe kwam dribbelen met zo’n stralende lach op zijn smoeltje, liep mijn hart over van geluk. Thuis werden dan het hekje, de voordeur en de hond ritueel begroet, en was ik de heldin van de dag, want ik had hem van die enge plek bevrijd.

Dat lijkt mijlenver weg als ik nu mijn naar zweet ruikende tienerman ophaal van school, die snel in de auto gaat zitten omdat ik net iets raars aan heb, of, godbetert, mijn bril op heb. En toen ik vertederd opmerkte dat ie een snorretje begon te ontwikkelen, heeft ie een week lang niet tegen me gepraat. Zou het erger worden of juist gemakkelijker als hij straks de echte puberteit bereikt ? Ik hou mijn hart vast, maar kan het toch niet laten om bij het afhalen van school even heel hard te roepen : ” Hee Jip, wie was nou ook alweer dat meisje waar je zo verliefd op bent ? ” .

Dat zal hem leren.

VOETBALVROUWEN (wegens vakantie uit de oude doos)

Zelden heb ik zo gelachen als vorige week toen ik tijdens een verveeld potje zappen op een voetbalwedstrijd stuitte. Hoebele, hoebele, lekker foebele, dacht ik en ik had er zin an. Veel te laat kwam ik erachter dat dat niet Dirk Kuijt was in het veld, maar zijn zus, en dat ook Bert van Marwijk zijn vrouw had gestuurd met aantekeningen zoals de speelrichting (“nee, na de pauze speel je de andere kant op !”), en wat basisregels (dat je de bal niet met je handen aan mag raken omdat het spelletje anders handbal had geheten).

Natuurlijk ben ik voor vrouwenemancipatie, maar er zijn gewoon dingen die een vrouw niet moet doen, en voetballen is daar een van. Het is geen gezicht, heeft niks te maken met voetbal en zeg nou zelf, hoe lang al proberen mannen vrouwen de buitenspel-regel uit te leggen, zonder resultaat, en dan zou je serieus elf van die meiskes samen het veld op sturen ? Wordt telkens het spel stilgelegd als het doel wordt genaderd, want “hoe zat dat ook alweer met die buitenspel-regel ?” Bijkomend voordeel is dat ook de lijnrechters vrouwen zijn, dus die vlaggen voor echt belangrijke overtredingen zoals gemeen kijken, of een fout kapsel hebben.
Per definitie begint de wedstrijd een half uur later want er moet natuurlijk door elf dames voor de spiegel worden gestaan, want je weet nooit wie je tegenkomt, he.
Ook hilarisch was het publiek dat op de tribune zat. Het was duidelijk te zien dat het overgrote deel familie en kennissen waren van de meisjes, en hier en daar een verdwaalde Jan Smit-fan.
Na 90 minuten en wat extra make-up-bijwerk-tijd werd er verlengd (“moeten we nou wéér de andere kant opspelen ?”), en toen dat ook zonder resultaat bleef moesten er strafschoppen genomen worden. De tranen sprongen in mijn broek toen de ladies aan de strafschoppen series begonnen. Ongelooflijk maar waar bleken ze zelfs beter in het missen van strafschoppen dan pak ‘m beet een Frank de Boer of Clarence Seedorf. Ik weet niet of ik nou ontroerd of beroerd werd van die verbetenheid op de gezichtjes, na de zoveelste misser. Ze bleven er maar in geloven, aandoenlijk gewoon. Dat is een beetje hetzelfde als in de winter in je bikini buiten lopen, en hopen dat het dan zomer wordt. Gelukkig miste de tegenpartij één pingel meer, en dus mochten de dames nog een keer aantreden in een heuse halve finale. Opgewonden kreetjes slakend huppelden de meiden het veld af, terwijl de verdwaalde Jan Smit-fan zich verlekkerd verheugde op het uitwisselen van de shirtjes, om een krappe drie uur later gedoucht en bepoederd hun Louboutin-spikes met bekende rode zool op de achterbank van hun zesdehands Fiat Panda te gooien.
Goed nieuws voor de leeuwinnen : De volgende morgen hing beroeps-gezelligerd Erica Terpstra aan de lijn; er werd het dameselftal A-status toegekend, wat inhield dat de dames financieel zouden worden gesteund zodat ze “zich konden toeleggen op meer trainen, en niet nog een betaalde baan naast het voetballen hoefden te vervullen”. Een aardige geste, dacht ik nog. Toen verklapte de sportcommissaresse dat die financiele steun bestond uit een maandelijkse onkostenvergoeding van, hou je vast, maar liefst 450 euro ! En ik zweer je dat ze het zo enthousiast bracht dat ik even dacht dat ik het niet goed had verstaan. Daarna rolde ik van de bank van het lachen. En ook Wesley lachte hard met me mee, toen hij naast Yolanthe achter het stuur van zijn nieuwe Mercedes SLK kroop omdat hij net voor dertig miljoen euro aan Inter Milaan was verkocht.

 

 

 

OUD

Leeftijdsaanduiding is een subjectieve graadmeter om te bepalen of je al dan niet goed in je vel zit, mentaal en/of fysiek, daarom ben ik al jarenlang zelfverklaard eeuwig vijfentwintig. Dat heeft op zich niet zozeer te maken met de angst om ouder te worden, maar meer omdat ik werkelijk geen flauw idee heb wanneer ik ben geboren.

Toen men mij als baby jaren geleden bij het grof vuil had gezet in Korea, ging ik niet vergezeld van een briefje met gegevens, zoals een naam en geboortedatum, maar dat is logisch. Voor hetzelfde geld staan ze ineens voor je deur met de baby, die je eigenlijk kwijt wou : “Mevrouw, volgens mij hebt u dit verloren op straat”, en word je vervolgens beboet voor het verspreiden van zwerfvuil en het niet betalen van de verplichte verwijderingsbijdrage.

Hoe het precies in z’n werk gaat in zo’n tehuis weet ik niet, maar ik kan me zo voorstellen dat alle pas binnengekomen babies een vermoeide secretaresse van de Korean Social Service passeren, waarna zij een korte blik op de hummels werpt en met een timmermansoog hun leeftijd bepaalt. Nou doen ze toch niet aan verjaardagen in Korea, dus hechten zij ook geen waarde aan een geboortedatum, en daar valt wat voor te zeggen.

Al enige tijd vier ik mijn verjaardag op 16 april, dat is mijn zogenaamde komstdag (voor niet-geadopteerden : dat is de dag dat je in Nederland aankomt), maar aangezien de kans wel heel klein is dat ik ook daadwerkelijk op die datum ben geboren, heb ik mezelf de vrijheid gegund om elke week een zo gunstig mogelijke horoscoop uit te zoeken, het liefst een waarbij ik Heel Rijk ga worden, of dat Mijn Ware Liefde zich aan me zal tonen of een combinatie van die twee.

Moge dit al jaren bekend zijn onder vrienden en familie, het komt wel eens voor dat mijn aangepaste verjaardagsdatum voor komische verwarring zorgt. Toen ik enqueteerde voor TNS NIPO, had ik de zestiende april vrijgevraagd om mijn verjaardag te vieren. Dat verzoek werd ingewilligd, maar een dag tevoren belde mijn supervisor op omdat hij op een anomaliteit was gestuit. Hoe kon ik nou vrij vragen voor mijn verjaardag als uit hun personeelsgegevens was gebleken dat ik pas in oktober jarig ben ? Gelukkig werkte mijn vader destijds ook voor TNS NIPO, en had hij die dag om dezelfde reden vrij gevraagd, dus was dat eenvoudig te verifieren, maar ik voelde me toch een beetje lullig.

Zo heb ik ook eens in een tandartsstoel gelegen, terwijl ik net een bloederige wortelkanaalbehandeling onderging, toen de assistente mij ineens ging feliciteren terwijl ik verging van de pijn. Ik dacht in eerste instantie dat de behandeling achter de rug was, wat op zich wel een felicitatie waard was. “Je bent toch jarig, vandaag ?” Aangezien er net weer een ragertje tegen mijn zenuwuiteinden werd geramd kon ik onmogelijk uitleggen hoe het zat, en lachte ik maar een beetje als de boerin met kiespijn die ik op dat moment was.

Desondanks is het vasthouden aan een bepaalde leeftijd niet eeuwig vol te houden, alleen al omdat je fysiek toch veroudert, of je dat nou wil of niet. En vanwege de postmenopauzale reuma en botontkalking ben ik serieus aan het krimpen en ook de jarenlange medicatie heeft zijn spoor achtergelaten in mijn gezicht, waardoor het lastig vol te houden is dat ik toch echt nog maar vijfentwintig ben. Gelukkig blijft Jip gewoon stug volhouden dat mama 25 is, en dat ze er vroeg bij was, al heeft ie geen flauw idee wat dat betekent. Indoctrinatie heet dat. Dat voert zover door dat toen Jip terugkwam van bij een vriendje spelen, hij mij toesmiespelde : “Maar zijn moeder is hartstikke oud, met rimpels, een beetje zoals oma”. Toen ik haar een dag later op school tegenkwam bleek de dame in kwestie maar liefst tien jaar jonger te zijn dan ik.

Het was dat hij net van zijn zakgeld een Nintendo 3DS had gekocht, anders had ie hem van mij gekregen.

COMMENTAAR

Niets is zo ergerlijk als het krijgen van ongevraagd en ongewenst commentaar, daarom geef ik het graag. Eigenlijk maakt het mij vrij weinig uit of ik wel iets of totaal geen verstand van het te becommentariëren onderwerp heb, want ik verander zo vaak van mening als Heleen van Royen naaktfoto’s van zichzelf twittert. Behalve natuurlijk als ik met mensen discussiëer die nog eigenwijzer zijn dan ik (echt, ze bestaan!), want die moet je natuurlijk nooit gelijk geven, dat is een tamelijk publiek geheim.

Dat niet iedereen de kunst van het zinvol commentaar geven beheerst, is heden ten dage pijnlijk vaak te zien maar vooral te horen op de televee nu de Olympische Spelen in Londen plaatsvinden. Slechter dan het EK voetbal kan het niet worden, maar toch hebben de hollandse praatjesmakers al vaak na een paar minuten gezien dat de nederlandse equipe niet vooruitkomt, weinig dynamisch is of gewoon ronduit zuigt. Met uitzondering van Marianne Vos, natuurlijk, maar daarover waren zelfs de grootste pessimisten het eens dat die niet anders kon dan goud winnen.

Geef mij dan maar liever vlaams commentaar. Onze brave zuiderburen klinken natuurlijk sowieso een stuk gemoedelijker, wat in andere takken van beroep iets minder handig kan zijn, zo heeft Jip een belgische juf, en als ze iemand op zijn kop wil geven klinkt dat zo schattig dat je d’r ter plekke zou willen knuffelen. Ook het sportcommentaar vanuit België klinkt een stuk positiever, ook al is de strekking van hun commentaar hetzelfde als het nors geconstateerde nederlandse : ” Hoe is het mogelijk dat ie die mist !!! Zo slecht heb ik het nog nooit gezien !!!” De belgen verzuchtten slechts : ” Amai, da was nie helemaal goe, hè, da kan vast beter “.

Daarnaast stoort het me vreselijk dat journalisten en presentatoren het telkens weer over de olumpische spelen hebben, als had Duitsland destijds de oorlog toch gewonnen en ons geännexeerd en spraken wij allen duits. Het moet niet gekker worden, dat wij in Duitsland onze sportieve angstgegner zien, maar wel de mond er van vol hebben, zeker als je bedenkt dat het om te beginnen al nooit een duits woord is geweest.

Mijn nieuwe reintegratiecoach (niet dat ik ooit een oude heb gehad, maar dat terzijde) heeft mij denk ik ook positief beïnvloed. Ook al doet zij aan holistisch beeldhouwen, waar ik dan weer wat minder mee heb, ze heeft gelijk aan dat je geluk kunt afdwingen. Zo loop ik nog steeds in bikini op straat door de regen, want mooi weer kun je ook afdwingen, al heb ik dat laatste zelf bedacht. Maar dat positief commentaar wel degelijk zin heeft, bewijst mijn Roger Federer natuurlijk, die heb ik tenslotte helemaal naar de nummer één positie van de wereld geschreeuwd, en als ik heel hard “PANG!” riep als de tegenstander moest serveren, zag je meteen dat de service in het net ging. Ik bedoel maar.

Dus laten we nou afspreken met z’n allen om als één man/vrouw (doorhalen wat niet van toepassing is) achter onze deelnemende landgenoten te gaan staan, en ze naar de finish te juichen. En als Mart nou eens met een nederlands fonetisch woordenboek voor z’n steeds dikkere kop gemept kan worden, voorzie ik nederlands succes op de Spelen en in de studio. En mocht het ondanks al het positivisme toch niks worden met den Ollanders, dan ben ik niet bereikbaar voor commentaar.